Waardeer het, repareer het

Oefenlapje stoppen en mazen

Repareren rij 1

Het oplappen van kapotte of ouderwetse kleding is de laatste jaren erg in de mode, niet alleen bij degenen die een meer duurzame samenleving nastreven. Als je niks hebt om op te lappen of geen zin hebt om er moeite voor te doen, kun je zelfs een nieuwe jeans aanschaffen met ‘reparaties’ en al. En het mag ook zichtbaar zijn dat iets is opgelapt.

 

 

Onzichtbaar repareren

 

Het museum heeft veel kledingstukken uit tijden dat textiel nog geen wegwerpartikel was en het als waardevol bezit werd gezien. Tot een paar decennia geleden werden versleten kledingstukken zorgvuldig gerepareerd. Het was toen een schande om met kapotte kleding te lopen, maar niet om gerepareerde kleding te dragen. Die reparaties moesten dan wel zo onzichtbaar mogelijk zijn, zeker in je nette kleren. Meisjes leerden de fijne kneepjes van het verstellen al op jonge leeftijd. Nadat ze het breien geleerd hadden, moesten ze oefenen op mazen en stoppen. Door een zwakke plek op tijd te mazen, er een tweede laag steken overheen te maken, voorkwam je extra werk. In het oefenlapje zie je het mazen in het rode garen. Was er eenmaal een gat in het kledingstuk, dan werd het lastiger en moest je stoppen (het gat met een weefsel van draden dichtmaken). Het stoppen is hier geoefend in wit garen. 

 

In de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum zijn veel voorbeelden te vinden van gerepareerde kleding. Vooral de daagse, intensief gedragen kledingstukken zijn bijzonder. Die zijn vaak erg versleten en het lag daarom niet voor de hand dat je ze aan een museum gaf. Het zijn zeldzame pareltjes tussen alle weinig gedragen gelegenheidskleding. Een voorbeeld van een intensief gedragen en gerepareerd kledingstuk is een gestreepte vrouwenonderbroek. Er zijn verschillende restjes stof in gebruikt.

 

Oefenlapje mazen en stoppen
Oefenlapje mazen en stoppen (N.20699)

 

Verstelde vrouwenonderbroek uit Wanroij
Verstelde onderbroek uit Wanroij (HM.797)

 

Hergebruik

 

Kleding werd niet alleen gerepareerd, maar ook veranderd of hergebruikt. Een versleten kraag werd ‘gekeerd’. Datzelfde gold voor de manchetten van een overhemd. Van een versleten winterjas van oma konden nog wel een paar warme jasjes voor de kinderen worden gemaakt. De hemdrok uit de Achterhoek is aan de manchetten versteld met afwijkende stoffen. Het Walchers meisjesjak werd gevoerd met stof van een afgedankte vrouwenrok.

 

 
Kinderkleren konden meegroeien. Was je uit je gebreide trui of vest gegroeid, dan werd er een stukje aan de mouwen gebreid. In rokken en schorten zaten vaak oprijgen, die eruit gehaald werden als je langer werd. Maar ook vrouwenkleding kon meegroeien. Bij jakken werd bijvoorbeeld in de figuurnaden de stof soms niet weggeknipt. Zo konden de naden worden uitgelegd als je dikker werd. Kleine restjes stof werden soms heel slim aan elkaar gepast zodat er een groter kledingstuk uit kon worden gemaakt. En delen van de kleding die je niet zag, hoefden ook niet van een dure stof te zijn. Zo zie je nogal eens dat stukken van een rok of jak die altijd onder een schort verborgen waren van een afwijkende stof zijn gemaakt. 

 

 

DETAILINFORMATIE


Naam: Gestreepte vrouwenonderbroek
Inventarisnummer: HM.797
Vervaardiger: Onbekend
Datering: 1880-1940
Plaats: Onbekend
Materiaal: Katoen

Klik hier voor meer informatie over de onderbroek

Verstelde hemdrok uit de Achterhoek
Verstelde hemdrok uit de Achterhoek (HM.967)

 

Meisjesjak van Walcheren
Meisjesjak, afkomstig van Walcheren (HM.2411)