Tulpenbollen eten

tulpenbollen

tulp rij 1

TULPENBOLLEN ETEN

In het Cruytboec van Dodoens stond het al in 1618. Tulpenbol is best te eten: je kunt de bol van de tulp net als een ui, gebruiken als salade, met olie en azijn.  Ze zijn goed van smaak en in elk geval niet walgelijk. Bovendien vermeerdert het eten van tulp “de lust van bijslapen".


Maar zó at men de tulpenbol in de Tweede Wereldoorlog niet. De kennis van Dodoens was ver weggezakt en “de lust van bijslapen” had misschien even niet de grootste prioriteit. Een deel van het land had honger.


Goed voedsel werd na september 1944, zeker in het gebied dat we nu de Randstad noemen, schaars. Transportmogelijkheden om voedsel van boerderij of kweker naar de consument te brengen, waren er bijna niet meer. De gevolgen van de spoorwegstaking in september 1944 belemmerden het transport van voedsel. Het Duitse gezag liet als wraak nog nauwelijks voedsel vervoeren per trein en vaardigde een verbod uit op het transport van voedsel per schip. Transport per vrachtwagen over de weg kon ook niet meer omdat er geen brandstof meer was voor de vrachtwagens. De aardappels, volksvoedsel en naast brood energieleverancier nummer 1 in die tijd, waren eigenlijk niet meer te krijgen. Stadsbewoners maken vanaf het najaar van 1944 zelf met fiets, of lopend met handkar, kinderwagen of tassen, 'hongertochten' naar het platteland.

 

 

 

RECEPT    Tulpenbollensoep

 

 

Deze vrouwen maken de tulpenbollen schoon voor een gaarkeuken in Rotterdam. 10 februari 1945. Foto: collectie NIOD.

tulpen

 

 

 

De kwekers in de Bollenstreek hadden nog wel bloembollen. In dezelfde Apeldoornse krant als waarin op 12 september 1944 verslag wordt gedaan van de strijd tussen het Duitse leger en de geallieerden in de buurt van Brugge in België, adverteert een bollenhandelaar uit Hillegom. Niet voor bloembollen om op te eten maar voor in de siertuin. De verkoop voor de bollenhandelaar stort een week later waarschijnlijk in. De Slag om Arnhem barst los, de transportroutes worden afgesneden en de bevolking heeft wel wat anders te doen dan bollen planten. De onverkoopbare tulpenbollen (andere bloembollen zijn meer of minder giftig, dus nagenoeg oneetbaar) krijgen aan het begin van de winter een veel nuttiger gebruik. Op 13 december 1944 komen de eerste signalen dat mensen tulpenbollen als voedingsmiddel gebruiken. Een dag eerder prijst een bollenhandel in Den Haag de bollen nog aan voor in de tuin. Het Rijksbureau voor de voedselvoorziening in oorlogstijd heeft uitgezocht dat tulpenbollen zetmeelrijk zijn en als surrogaat kunnen dienen voor aardappels. Vanaf dan staat de tulpenbol in de Randstad op het menu. 


De tulpenbollen worden gekookt, gestoomd, gebakken, in de stamppot verwerkt of in de soep. Later in de winter, als de kwaliteit van de bollen steeds minder wordt, maalt men de bollen en wordt het meel gedroogd gebruikt voor koekjes, brood of pannenkoek. Langzamerhand verschijnen er in de kranten steeds meer recepten. Die zullen ongetwijfeld nodig zijn geweest, want niemand heeft tot dan toe ooit tulpenbollen gegeten. Ook de gaarkeukens gebruiken tulpenbollen voor de maaltijden.

 

Henk Mos uit Arnhem met zijn bordje dampende tulpenbollen, gemaakt zoals in de Hongerwinter.
henk mos

 

 

 

Op een foto gemaakt op 10 februari 1945 in Rotterdam zitten vijf vrouwen tulpenbollen schoon te maken die in de gaarkeuken zullen worden verwerkt. De berichten over de smaak van de tulpenbol verschillen. De een vindt ze smakeloos, de ander vindt ze best te eten, een volgende vindt ze aardappelachtig smaken en een vierde krijgt er maagkrampen van. Uitbundig zijn de recensies nooit. Bijna altijd klinkt door dat de tulpenbol gegeten wordt omdat er echt niks anders is, als surrogaat. Het zegt genoeg dat na de bevrijding niemand meer tulpenbol eet.


Henk Mos evacueert in de herfst van 1944 als 14-jarige jongen van Arnhem naar Leiden. Hij maakte voor de tentoonstelling Gruwelijk lekker in het Nederlands Openluchtmuseum nog eens tulpenbollen klaar volgens recept van zijn moeder en Leidse tante. Bij de filmcrew liep het water in de mond, zo lekker was de geur van de gebakken bollen. Maar in het filmverslag neemt Henk een paar happen en concludeert: ‘ik weet weer hoe ze smaken’. Hij legt zijn mes en vork neer en schuift het bord terzijde. De associatie met de honger en ellende van de Hongerwinter overstemmen de culinaire beleving. Nooit meer tulpenbollen voor Henk. “Denk erom dat je geen voedsel verspilt” is Henks missie sinds hij in Leiden kennis maakte met wat honger is.

 

 

Leendert van Prooije 
Wetenschappelijk medewerker