Spierzak rij 1

In 1949 kwam dit voorwerp van blauwgeverfd linnen vanuit Noord-Brabant in het museum. Het werd ingeschreven als ‘spierzak’. Dat is een soort knapzak waarin door mannen die op het land gingen werken eten en drinken voor de schafttijd werd meegenomen. Ook werd er wel vlees in bewaard. Dan werd de zak opgehangen aan de zoldering. Vermeldingen van een spierzak komen we echter vooral tegen in combinatie met het werk van turfstekers in de Peel, Noord-Brabant. De taalkundige H.J.G. Crompvoets, die onderzoek deed naar het taalgebruik van deze veenarbeiders, beschrijft in zijn proefschrift uit 1981 het gebruik van de spierzak: ‘in de ene helft van de zak zat een kan koffie en in de andere een spekkoek met brood’. Bij spekkoek moeten we hier denken aan een pannenkoek, gebakken in varkensvet en met spek door het beslag gemengd. Het brood waar Crompvoets over schrijft moeten we lezen als roggebrood. Roggebrood met pannenkoek vormde een vaste combinatie. De spierzak met deze stevige kost voor een dag zwaar fysiek werk werd over één schouder gedragen en de banden werden onder de andere arm gestrikt. In Milheeze staat sinds 1989 het beeld ‘De Peelwerker’ waarop dit goed te zien is.

Voorzijde spierzak
Voorzijde van de spierzak (HM.804)
Achterzijde spierzak
Achterzijde van de spierzak (HM.804)

 

In Noord-Brabant bleef de spierzak tot in de twintigste eeuw in gebruik, niet alleen bij turfstekers. In 1931 werd in het tijdschrift ‘de Wandelaar’ beschreven hoe je op het Brabantse platteland een herder tegen zou kunnen komen die zijn “spierzak” opent ‘waarin de mondkost voor heel den dag is geborgen. Hij is al voor dag en dauw vertrokken en komt pas bij het avondrood thuis.’ 

 

Een ander benaming voor spierzak lijkt ‘knik’ te zijn. Daarbij is niet duidelijk geworden of die precies dezelfde vorm heeft. In een krantenartikel getiteld ‘Herinneringen aan de Peel’ in De Zuid-Willemsvaart uit 1908 valt te lezen dat het krijgen van een eigen ‘knik’ heel wat betekende voor een jongen die rond zijn twaalfde jaar voor het eerst mee mocht of moest turfsteken. Turfstekers hadden het niet breed. Als de jongen al een eigen knik kreeg en niet mee hoefde te eten uit die van zijn vader of broers, dan was die knik vaak gemaakt van een versleten schort van zijn moeder. Vervolgens werd de knik tot op de draad opgebruikt. Het is dan ook bijzonder dat deze duidelijk gebruikte spierzak bewaard is gebleven en in het museum terecht is gekomen. Hij werd in 1949 zelfs aangeboden als bijdrage aan het Nationaal Geschenk ter gelegenheid van het vijftigjarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina.
 

Detailinformatie

Naam: Knapzak
Inventarisnummer: HM.804
Vervaardiger: Onbekend
Datering: 1875-1940
Plaats: Onbekend
Materiaal: Linnen

Klik hier voor meer informatie over de spierzak

Standbeeld Peelwerker Milheeze
Beeld van De Peelwerker in Milheeze, in 1989 gemaakt door Toon Grassens