Kinderknopstoel

Kinderknopstoel

Kinderknopstoel rij 1

De voetjes zijn scheef afgesleten, de knoppen gescheurd, de armleggers uitgebeten door vele kinderhanden, de biezen zitting is vergaan en vervangen door een plankje en de stoel draagt nog maar een zweempje verf. Aan alles is te zien dat deze knopstoel niet alleen is gebruikt om op te zitten. In de kinderwereld is hij behalve een eigen plekje in huis waarschijnlijk ook een koningstroon, een hok voor de poes en een koets. Aan de slijtage op de achterzijde te zien lijkt deze stoel zelfs als slede te zijn gebruikt. Mari ten Kate verbeeldt dit pakkend op een van zijn aquarellen. 

 

 

De knopstoel komt rond 1600 in zwang onder de welvarende stedelijke burgerij en staat in representatieve ruimten. Gedurende de zeventiende eeuw wordt het model steeds gangbaarder en verhuist hij naar de keuken. In de achttiende eeuw verspreidt de stoel zich onder brede lagen van de bevolking en in de loop van de negentiende eeuw wordt hij zelfs het icoon van het platteland. In Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel blijft de knopstoel tot de Tweede Wereldoorlog op grote schaal in zwang. Nu associëren we de knopstoel meer met het boerenbestaan, maar oorspronkelijk komt hij dus uit de stedelijke wooncultuur van mensen die er goed bijzaten.

Kinderknopstoel
Kinderknopstoel (NOM.41461-72)

 

Dit type knopstoel met lage gedraaide armleuningen komt al voor op een schilderij uit 1605 van de Utrechtse schilder Joachim Wtewael, getiteld Keukeninterieur. Maar hoe oud is dit exemplaar? Grondige analyse van alle circa 220 knopstoelen van het Nederlands Openluchtmuseum heeft aan het licht gebracht dat knopstoelendraaiers tussen 1600-1940 praktisch dezelfde technieken en gereedschappen blijven gebruiken. Daarom is vaak niet te zeggen hoe oud een knopstoel is. Maar deze stoel verraadt zijn leeftijd door een aantal details. Het goedkope essenhout is eens bruinrood gebeitst als ware het mahonie. Op knopstoelen is deze kleur pas populair vanaf de negentiende eeuw. Er is echter meer. Op de kapregel zitten machinale zaagsporen. Daardoor moet de stoel, ondanks zijn enorme slijtage en het oude model, na 1900 zijn gemaakt.  

Mari ten Kate, Spelende kinderen in de sneeuw
J.M.H. (Mari) ten Kate (1831-1910), Spelende kinderen in de sneeuw. Collectie Kunsthandel Bies, Eindhoven

 

Een knopstoel als deze werd gemaakt door een landelijke stoelendraaier. Deze kocht zijn stammen in de buurt en zaagde en kloofde dit hout zelf tot balkjes. Op een wipdraaibank werden deze vervolgens tot poten gedraaid. De sporten maakte hij met een haalmes. Ook de biezen mat was in de regel van zijn hand. 

 

De kinderen die dit stoeltje hebben rondgesleept sliepen waarschijnlijk niet in een hemelbed. Als hun kleine wereld een afspiegeling was van die van hun ouders lagen ze met een aantal broertjes of zusjes in één bedstede. Vader en moeder zaten waarschijnlijk niet op het rode pluche maar zelf ook op knopstoelen. En geld voor een winterslede zal er evenmin zijn geweest. 

 

DETAILINFORMATIE


Naam: Kinderknopstoel
Inventarisnummer: NOM.41461-72
Vervaardiger: Onbekend
Datering: 1900-1950
Plaats: Onbekend
Materiaal: Essenhout, berkenhout, metaal
Klik hier voor meer informatie over de knopstoel

Joachim Wtewael, Keukeninterieur
Joachim Wtewael (1566-1638), Keukeninterieur. Collectie Gemäldegalerie - Staatliche Museen zu Berlin