Eekschillershamer

Veluwse eekschillers

Eekschillershamer rij 1

Wat heeft dit onooglijke hamertje te maken met een schoen?

 

De ‘eekhamer’, ‘boekhamer’ (boek is van beuken), ‘houtershamer’ of ‘klophamer’ – de naam is afhankelijk van de regio - was een van de gereedschappen van de eekschiller. In de periode van begin mei tot ongeveer 21 juni gebruikte de eekschiller de hamer, of soms ook de achterkant van een bijltje, om er de schors van dunne eikenstammetjes mee los te kloppen. De eikenschors werd gebruikt bij het looien van leer.

 

Deze eekschillershamer is afkomstig van de Veluwe. De Veluwe is een zandgrondgebied in Nederland waar eikenhakhout goed wil groeien. Andere bekende eikenhakhoutgebieden zijn het zandgebied van Drenthe, de Friese Wouden, Gaasterland, Twente, de Achterhoek, de Liemers, het Rijk van Nijmegen, het Gooi en het zandgebied van Noord-Brabant. In de hakhoutgebieden is tot net na de Tweede Wereldoorlog eek geschild. De eekschiller werkte vaak als dagarbeider, elke dag opnieuw ingehuurd voor een dag, of als contractant voor de eekschilperiode.

Eekschillershamer
Eekschillershamer (NOM.35999-65)

 

Wat deed de eekschiller?


In de periode mei – juni kan de schors van de eikenboom makkelijk worden verwijderd. In die tijd vormen zich de grote ‘vroeghout-vaten’ en zit de schors los. De ideale tijd om het 5 tot 12 jaar oude hakhout te kappen. Na de kap legden de eekschillers de verse stammetjes op een steen of een houtblok. Vervolgens klopten ze erop met hun eekschillershamer. De schors liet los. Als de eekschiller de koker van schors, de eek, niet gemakkelijk van het stammetje kon afschuiven, gebruikte hij een hiep, een schilijzer, een mes of een scherp geslepen schapenbeen om de eek los te maken. Om niet te hoeven bukken werkten de eekschillers meestal in een uitgegraven kuil in de grond, op zijn Veluws: de ‘zetstee’ of ‘kleufkuul’. Op de foto staan de mannen rechts in zo’n kuil. De kokers eek werden in bundels bijeengebonden, net als de geschilde stammetjes die als brandhout werden gebruikt.

 

Dat de hamer afkomstig is van de Veluwe wil niet zeggen dat die uitsluitend op de Veluwe gebruikt is. Tot begin twintigste eeuw trokken eekschillers van de Noord-Veluwe, vaak met de hele familie en in gezelschap van een geit voor de melkvoorziening, naar Friesland en Drenthe. Daar was een tekort aan arbeidskrachten. De Veluwse eekschillersfamilies vertrokken allemaal tegelijk uit hun dorp, waardoor het op een grote uittocht leek. Te voet, per boot, en tot slot met paard en wagen, en na 1863 ook per trein, reisden ze begin mei naar het Noorden. Zo’n familie uit ’t Harde is op de foto te zien terwijl ze aan het werk zijn in Gieten in Drenthe.

Eekschillershamer
Eekschillershamer (NOM.35999-65)

 

Gebruik van de schors: run


De bundels eek werden vervoerd naar een runmolen. Daar droogde men de eek en vermaalde de molenaar hem tot run. De run werd verkocht aan een leerlooierij. Tot de tweede helft van de negentiende eeuw vond je die overal in het land. Na die tijd werd 'de Langstraat' in Noord-Brabant het centrum van de Nederlandse leerverwerking. Veluwse eek ging daar per schip naartoe.
De looistof in de run was één van de belangrijkste hulpstoffen bij het looien van leer. Een stapel te looien dierenhuiden werd in looikuipen gelegd, waarbij elke huid bestrooid werd met een laag run. De looistof in de run deed zijn werk. Na het looien bedierf het leer niet meer en was het bruikbaar om verwerkt te worden, bijvoorbeeld tot schoen.

Veluwse eekschillers
Veluwse eekschillers (AA 179292.R)

 

DETAILINFORMATIE

Naam: Eekschillershamer
Inventarisnummer: NOM.35999-65
Vervaardiger: Onbekend
Datering: Voor 1930
Plaats: Onbekend
Materiaal: IJzer, beukenhout

Klik hier voor meer informatie over de eekhamer