Column: Jezelf warm houden

header

Column Rij 1

Hoe hou je het warm in bed?

Onze voorouders hebben ’s winters veel moeten doen om de kou van het lijf te houden. Zo ook Cornelis Pieter Sorgdrager, schoolmeester in Hollum (Ameland).

Het is januari 1789 en de winter heeft heel Nederland in zijn greep. Als hij wakker wordt, is het buiten pikkedonker en het vriest dat het kraakt. Hij moet plassen. Terwijl hij naar de ademhaling van zijn vrouw luistert, slaat de kerkklok één keer. ’s Zomers zou hij nog wel naar het huuske gaan, buiten achter het huis. Dat is een hokje boven de beerput waar een plank met een gat op ligt. Nu niet; het is veel en veel te koud.

 

Op de plank in hun bedstede staat gelukkig een po. Daar plast hij in, zonder de kleine wakker te maken die ernaast in de kribbe ligt. Huiverend kruipt hij weer onder de dekens en trekt zijn slaapmuts dieper over zijn oren. Samen in een ledikant of in een bedstede kan uit armoede en kleine behuizing zijn voortgekomen, het was eeuwenlang hét middel om warm te blijven. En dat gold niet alleen voor gezinsleden.

In 1813 schetst Baron Verstolk het gebruik in Hindeloopen dat gasten die bleven slapen bij de familie, in de bedstede werden uitgenodigd. Gezellig met je oma of een collega in bed?!

 

Er hebben nog nooit zoveel Nederlanders alleen in bed gelegen als nu en het aantal eenpersoonshuishoudens blijft alleen maar stijgen. Tot ver in de twintigste eeuw slaapt echter vrijwel niemand alleen. Zo ook bij de familie Merlijn. Vader runt vanaf de jaren '30 een fietsenmakerij op de Arnhemse weg in Apeldoorn. De kinderen slapen op zolder. Soms met zijn vieren in één twijfelaar, twee aan het hoofdeinde, twee aan het voeteneinde.

 

Zo kan je ’s ochtends met een teen van je zusje in je oor wakker worden. Alleen in de overloop hangt een mager peertje. Er is geen verwarming. ’s Winters staan de ijsbloemen op de ruiten. Wie het eerste wakker is rent naar moeder. Zij heeft als enige een kruik met - als het meezit - nog wat lauwwarm water waarmee je je kunt wassen. Want uit de kraan komt alleen ijskoud water en een geiser is er niet. Er is geen verwarming en naarmate de tijd vordert, krijgen steeds meer mensen een eigen bed en neemt ook het aantal hulpmiddelen toe. Gedurende de

negentiende eeuw wordt de kruik populair, van hout, tin, koper, zink of aardewerk en later van rubber en bakeliet. Met de introductie van elektriciteit gaat men elektrische kruiken en dekens maken. Al vóór de Eerste Wereldoorlog wordt de elektrische deken uitgevonden. Maar lange tijd blijft deze uitvinding onveilig.

 

Nog in 1956 treft een Frans echtpaar na een oudjaarsfeestje hun beide kinderen dood in bed aan. De elektrische deken heeft kortsluiting gemaakt en vervolgens zijn de kinderen door de rook gestikt. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de elektrische deken echter zo veilig dat ze ook in Nederland op grote schaal gebruikt worden. En dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven. 

 

 

Hans Piena - Conservator Wooncultuur