Hoe draag je dit dan?

Hoe draag je dit dan?
 

Thema

Hoe draag je dit dan?

Kledingonderdelen uit de Nederlandse streekdracht kennen bijzondere namen, zoals 'akertje', 'zondoek' en 'gezondheid'. Maar niet alleen de namen zijn bijzonder; ook de manier waarop een kledingstuk of accessoire gedragen werd is soms ongewoon of zonder context lastig te bepalen. In dit thema zijn voorwerpen te zien van streekdrachten uit verschillende delen van Nederland met daarbij een contextafbeelding die laat zien hoe deze voorwerpen werden gedragen.

Bruidsschort

Bruidsschort

Bruidsschort

Op Marken werden antieke kledingstukken generaties lang doorgegeven binnen de families. De Marker bruidsschort, het zogenoemde witje, werd strak gevouwen opgeborgen. Door de kwetsbaarheid van de antieke stof werd de schort tijdens het dragen slechts gedeeltelijk uitgevouwen.

Bruidsschort, zogenoemd witje, Marken

Wrong

Wrong

Wrongen werden gebruikt door visverkoopsters uit Katwijk aan Zee. Zij droegen een mand op hun hoofd en gingen daarmee de deuren langs om vis te verkopen. Door de wrong bleef de mand makkelijker op de hoed staan. De wrong is gemaakt van krantenpapier met zaagsel en omwonden met touw en blauwe stof.

Wrong voor visloopstershoed, Katwijk aan Zee, voor 1943

Zondoek

Zondoek

In Hindeloopen werd een katoenen doek met ingeweven ruiten gevouwen tot een zogenoemde zondoek en door vrouwen op het hoofd gedragen. Er bestonden verschillende vouwwijzen van de doek voor ongetrouwde en getrouwde vrouwen.

Doek, tot meisjeszondoek gevouwen, Hindeloopen, voor 1956

Korsetpen

Korsetpen

Een korsetpen of punthaak werd door vrouwen verticaal onder in het korset gestoken. De schort werd hierdoor in een punt naar beneden geduwd, waardoor het bovenlijf optisch langer en slanker leek. Korsetpennen werden in de achttiende eeuw in diverse delen van Nederland gedragen.

Gouden korsetpen of punthaak, Zuid-Beveland, 1796

Akertjes

Akertjes

Op Marken sierden 'akertjes', een soort kwastjes, de punten van de schouderdoek. Behalve akertjes van geknoopt garen werden ook kralenakertjes gebruikt. Met akerhaakjes van goud of zilver konden de akertjes aan de doek worden gehaakt.

Set van twee akerhaken, Marken, 1941-1953

Haarlokjes

Haarlokjes

In het westen van Noord-Brabant droegen vrouwen in dracht een bandje met daaraan twee haarlokjes onder hun muts. De haarlokjes kwamen net onder de rand van de muts vandaan. Zo zat hun kapsel altijd goed in model.

Valse lokjes van paardenhaar op lint, Zundert, voor 1948

Blempiesknoop

Blempiesknoop

Een kenmerkend sieraad van de Volendammer mannen en jongens was de zogenoemde blempiesknoop. Dit sieraad bestond uit een bolle zilveren knoop en een zilveren ketting. De knoop en ketting werden gedragen op de 'blempt', een soort jas. Oorspronkelijk dienden ze als sluiting, maar later werden ze alleen nog ter decoratie gedragen.

Zilveren 'blemptknoop' met ketting, Volendam

Kuitgespen

Kuitgespen

Tot in het begin van de twintigste eeuw werden in sommige streekdrachten door mannen kuitbroeken gedragen. Deze broeken sloten aan de onderzijde met banden of kuitgespen. Deze gespen waren dikwijls gemaakt van zilver.

Paar zilveren kuitgespen, Friesland

Gezondheid

Gezondheid

Bij veel mannendrachten rond de voormalige Zuiderzee werd een zogenoemde gezondheid gedragen. Op Marken werd de gezondheid gemaakt van rood baai, een dikke wollen stof.

Rood baaien middelde of gezondheid, Marken

Voorhoofdsstiftje

Voorhoofdsstiftje

Dit gouden sieraad uit Zandvoort wordt ook wel voorhoofdsstiftje of ‘ferronière’ genoemd. Op de foto van Neeltje Haarman-Strooper is te zien hoe West-Friese vrouwen een vergelijkbare ferronière op het voorhoofd dragen.

Voorhoofdsstift, Zandvoort, 1865-1906