Een oranje bevrijdingspak

Muts van Jan Jenniskens

Bevrijdingspak rij 1

Het Noord-Limburgse dorp Meterik werd eind november 1944 door een onderdeel van het Britse leger bevrijd van de Duitse bezetting. Toen kon Roos Jenniskens-Engels eindelijk de speciaal voor de bevrijding gemaakte kleding van haar zoons tevoorschijn halen.

 

 

 
Heimelijk had ze gewerkt aan de matrozenpakjes met oranje stof, de verboden kleur van het Nederlandse koningshuis. Wanneer zouden haar jongens ze kunnen dragen? Misschien kwam die dag wel later dan ze hoopte toen de Amerikanen in september in Maastricht stonden. Het zou nog ruim twee bange maanden duren voordat ze bij hun dorp aankwamen. De ‘bevrijdingspakjes’ zijn gemaakt van dunne katoen, niet heel geschikt voor een late novemberdag. Maar misschien was dit wel het enige materiaal waar Roos aan kon komen in die tijd van grote schaarste. Alle textiel was toen al vier jaar op rantsoen en alleen te krijgen met textielbonnen. Toch lukte het haar om twee kostuums te maken, bestaande uit een oranje broek, een witte kiel met afneembare oranje matrozenkraag en oranje manchetten, en een oranje kwartiermuts. Het pakje van Jan, die toen vier jaar was, is onlangs aan het Nederlands Openluchtmuseum geschonken. Op zijn muts heeft Roos met ecru garen de letters JJ geborduurd, de initialen van Jan Jenniskens. Het identieke pakje van zijn jongere broertje Harrie kennen we alleen van de foto waarop beide jongens poseren. 

Bevrijdingspak van Jan Jenniskens
Bevrijdingspak van Jan Jenniskens (N.45036)

 

De oorlog moet zwaar zijn geweest voor het jonge gezin. Bij de schenking van Jans kostuum kreeg het museum ook een kopie uit een familiekroniek. Daarin wordt verteld hoe vader Jan Jenniskens was ondergedoken om niet door de Duitsers aan het werk gezet te worden en omdat hij, gebruikmakend van zijn functie als zaakvoerder bij de Boerenbond, een rol speelde bij de voedselverstrekking aan jongens en mannen die zich schuilhielden in de bossen bij Meterik. Vader Jan zat ondergedoken in zijn eigen huis. Bijna niemand wist dat. Zelfs zijn eigen vader, die aan de overkant woonde, wist er niet van. Af en toe kwamen de Duitsers langs. Als ze de kleine Jan vroegen waar zijn vader was kon hij daar geen antwoord op geven. Hem was geleerd de man die hij geregeld tegenkwam in huis meneer Janssen te noemen.

 

 

In de hoop op bevrijding maakte Roos Jenniskens niet alleen de kleren voor haar jongens, maar ook zes lange wimpels in de kleuren (paars)blauw, wit, rood en oranje. Ook deze wimpels bevinden zich nu in de museumcollectie. Aan de wimpels is goed te zien dat Roos moest improviseren met het beschikbaar materiaal. De wimpels hebben aan de onderzijde een kwast van breiwol. Bij de paarsblauwe wimpel is de kwast gemaakt van papier. 

Jan en Harrie Jenniskens
Jan Jenniskens en zijn broertje Harrie in bevrijdingspakjes (AA 205658.R)

 

DETAILINFORMATIE

Naam: Jongenspakje
Inventarisnummer: N.45036
Vervaardiger: Rozalia Engels
Datering: 1944
Plaats: Meterik
Materiaal: Katoen, linnen, elastiek, kunststof

Klik hier voor meer informatie

Muts met de initialen JJ
Muts met de initialen van Jan Jenniskens (N.45036.3)