De duurzaamheid van een Walchers jak

Walchers jak

Walchers jak rij 1

Vroeger gingen mensen anders om met textiel. Het was geen wegwerpartikel zoals tegenwoordig het geval is, maar kostbaar bezit waar men zuinig mee omging. Ook in de Nederlandse streekdrachten kennen we daar voorbeelden van. Zo vertelde een mevrouw uit Kampen dat zij zich op zondag zeven keer verkleedde. ’s Morgens en ’s middags molk ze de koeien in haar meest afgedragen werkkleding. Tijdens het werk in de keuken had zij schonere en nieuwere kleding aan. Naar de kerk ging ze in haar beste kleding, die ze bij thuiskomst weer uitdeed om haar te sparen. Zo, vertelde ze, kon je lang met je kleding doen. Haar trouwkostuum droeg ze zestig jaar later nog zondags naar de kerk en er zat nog geen vlekje op, meldde ze trots.

 

Ook bij het maken van kleding werd zuinig met textiel omgegaan. Dit nauwsluitende jak uit de vrouwendracht van Walcheren is daarvan een mooi voorbeeld. Het model is deels ontstaan door ‘figuurvouwen’ in plaats van figuurnaden zoals hedendaagse kleding meestal heeft. Bij figuurnaden wordt de stof open- of weggeknipt. Bij het Walchers jak zijn de vouwen vastgestikt maar wordt de naar binnen gevouwen stof niet weggeknipt. Wanneer je die naden zou lostornen blijft er een intact stuk stof over. Als de draagster in de loop van de jaren wat dikker wordt, kan het jak dus vergroot worden. En als het jak om welke reden dan ook niet meer gedragen wordt, kan de lap nog ergens anders voor dienen.

Walchers jak
'Kermisjak' van Walcheren (HM.2280)

 

Het jak heeft een gestreepte voering die mogelijk is hergebruikt. Dergelijke stof, ‘grein’ genoemd, werd in de eerste helft van de negentiende eeuw op Walcheren gebruikt voor de bovenste rok. De kleuren van deze uit Engeland geïmporteerde stoffen waren uitbundig. Na ongeveer 1850 veranderde deze mode. Toen vielen wat donkerder gestreepte greinen meer in de smaak. Misschien is een rok die toen te fel van kleur werd gevonden en uit de mode raakte als voering voor dit jak gebruikt.

In de streekdrachtencollectie van het Nederlands Openluchtmuseum zijn meerdere kledingstukken te vinden met een voering van een hergebruikte stof. Ook zien we kleding die aan de buitenkant uit verschillende stoffen bestaat. Mooie, kostbare en nieuwe stof is dan gebruikt voor de zichtbare delen. Als er niet genoeg stof was of om geld uit te sparen werden de niet-zichtbare delen van kleding wel van een goedkopere of oude stof gemaakt. Niet zelden geldt dit voor delen van kledingstukken die onder de schort schuilgingen. Ook werden wel restjes van een kostbare of felbegeerde stof met zorgvuldig passen en meten aan elkaar gezet. Het kledingstuk lijkt dan uit één lap gemaakt te zijn, maar bij heel goed kijken blijkt het uit talloze kleine stukjes te bestaan.

Greinen keus
Greinen keus of bovenrok (HM.2648)

 

Dit Walchers jak wordt wel een ‘kermisjak’ genoemd. De jaarlijkse kermis op Walcheren had min of meer de functie van een tegenwoordige ‘datingsite’. Op de kermis lieten vrijgezelle mannen en vrouwen zich van hun beste kant zien en pronkten in de mooiste en kleurrijkste kleding. Dat kon, ook toen de mode op Walcheren al veel ingetogener van kleur was geworden, bij die gelegenheid nog best dit ouderwetse jak zijn omdat het zo mooi fel paars van kleur is.

 

DETAILINFORMATIE

 

Naam: Jak

Inventarisnummer: HM.2280

Vervaardiger: Onbekend

Vervaardigingsdatum: 1850-1900

Vervaardigingsplaats: Onbekend

Materiaal: Wol

Schilderij twee meisjes in Walcherse streekdracht
J.C. Frederiks, Twee meisjes in streekdracht van Walcheren, 1850-1880 (NOM.36451-66)